19/01/2009
Webstatistieken kennen we allemaal, mailstatistieken waren voorheen minder inzichtelijk. Laatst heb ik Xobni geïnstalleerd voor outlook 2007. Xobni draait je inbox om en genereert verschillende statistieken.
Vragen als; “Wie mail je het vaakst?”, “Welke documenten deel je met elkaar?”, “ Hoe lang doet een contactpersoon er gemiddeld over om te reageren op jouw mailtjes?” zijn allemaal inzichtelijk via het Xobni dashboard.
Het inventariseert niet alleen je mail, maar legt ook contacten met andere (web) diensten zoals Skype en LinkedIn. Hierdoor heb je alle relevante contactgegevens op een plek. Daarnaast kun je makkelijk afspraken maken, gemailde documenten terugvinden en de gevoerde mailconversaties worden logisch inzichtbaar gemaakt.
Kortom het maakt je mailbox een stuk overzichtelijker, makkelijker en leuker. Probeer het zelf!
16/01/2009
Ik had heel even een paar ‘wow’ momenten toen ik via Google Earth het Prado betrad en kreeg -moet ik eerlijk bekennen- een oncontroleerbare neiging tot giechelen bij het zien van die overdaad aan pixels. Maar toen ik voor de vijfde keer een afbeelding van de textuur van opgeroogde verf zag had ik het wel weer gezien. Mijn ‘museumbezoek’ duurde nog geen 5 minuten en het geheel was een kleine tegenvaller.
Ik had meer verwacht van de combinatie kunst en Google Earth. Wat ik nu zag was een gigantische .jpeg waar ik op kon in/uitzoomen niet veel anders dan http://memorabilia.hardrock.com/ al eerder deed. Wat ik wil zeggen is dat er niet echt vernieuwend omgegaan wordt met de mogelijkheden van internet. Het geeft daarnaast een eenzijdig beeld van wat er te doen is in een museum, het gaat niet alleen om het staren naar de kunstwerken zelf (of een foto er van) maar ook om het ontdekken van de context er om heen. Je krijgt alleen een korte tekst te zien die kort op het werk en de kunstenaar ingaat. Het enige wat rest is het staren naar het beeldscherm naar (een afbeelding(!) van) het schilderij en hiermee wordt er eerder waarde van het kunstwerk ontnomen dan toegevoegd.
Liever had ik pop-ups gezien zoals in Google Maps waarin ik kan kiezen uit video’s, foto’s en andere internetbronnen om meer te weten te komen over waar ik precies naar aan het kijken ben. Bijvoorbeeld een kunsthistoricus die via YouTube mij over de context en de betekenis van het kunstwerk en symboliek die het draagt vertelt, of kruisverbanden uitlegt tussen het werk dat ik nu zie en andere kunstwerken of kunstenaars. Kortom ik had liever wat meer Google Maps-achtige toevoegingen gezien.
Helaas heeft het (te) weinig met me gedaan, er zat weinig ervaring in dit online bezoek, het heeft wel een oncontrolleerbare neiging bij mij losgemaakt om snel weer naar het museum te gaan en misschien was dat ook wel precies het idee achter dit project. Het Prado staat in ieder geval weer op de kaart en dat is terecht.
12/01/2009
Wanneer we de tevredenheid van de eindgebruiker van een intranet willen managen, creëren we een checklist waarin er twee soorten criteria worden onderscheiden. Deze criteria zijn gebaseerd op de ‘Motivatie-Hygiëne theorie van Frederick Herzberg. Deze theorie uit de jaren vijftig verondersteld dat er twee dimensies zijn die de motivatie van medewerkers beïnvloeden. We spreken van motivatie en hygiëne factoren.
Wij gebruiken de term hygiënefactoren om de minimale voorwaarden waaraan het portaal moet voldoen te definiëren. (denk aan bereikbaarheid, snelheid en vindbaarheid van informatie) Het zijn de (technische) basisvoorwaarden waaraan het portaal moet voldoen. Volgens de theorie van Herzberg leidt het ontbreken van de hygiënefactoren tot ontevredenheid over het werk, maar heeft het geen (langdurende) positieve invloed op de motivatie van de medewerkers als deze wel goed geregeld zijn.
De motivatiefactoren zijn iets lastiger te definiëren. Dit zijn de factoren die volgens de theorie van Herzberg werktevredenheid creëren. Dit zijn eerder functionele dan technische vereisten. Ze zijn vaak afhankelijk van bedrijfsrichtlijnen en (web)protocollen en komen voort uit de gevoelens van de eindgebruiker. Denk aan het gevoel dat de medewerker heeft als iets bereikt, of de verantwoordelijkheid en erkenning die een medewerker krijgt van zijn of haar werkzaamheden op het intranet.
Het gebruik van deze methode maakt het tijdens het ontwikkelproces eenvoudiger de focus te leggen. Je kunt bijvoorbeeld eerst de hygiënefactoren aanpakken die direct invloed hebben op de motivatiefactoren die je hebt omschreven om je later op de minder “urgente”zaken te richten. Niet alleen voor development is het een belangrijke tool, ook het management kan aan de hand van deze factoren invloed uitoefenen op het gebruik van het intranet. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk om de uitwisseling van best practices via het intranet te bevorderen door erkenning (beloning) te geven aan de beste inzending.
Het opstellen van deze factoren is niet moeilijk, als je er langer mee werkt, merk je dat de hygiënefactoren in grote mate logisch en universeel zijn (wie wil er een traag intranet?). Motivatiefactoren voor een intranet zijn iets specifieker en verschillen per organisatie en soms zelfs per individu. Toch is het mogelijk om ze redelijk eenvoudig te achterhalen. Herzberg noemt zelf een aantal factoren die ook van toepassing zijn op de online werkomgeving, daarnaast zijn ze ook voor een deel te herleiden uit de hygiënefactoren en wanneer je het echt niet weet kun je altijd naar de bron gaan door de eindgebruiker zelf vragen wat hij of zij verwacht van een intranetomgeving.
lees meer over de motivatie-hygiëne theorie op:
http://www.ericdigests.org/1999-1/needs.html
Het volledige artikel van Herzberg is te verkrijgen via:
http://harvardbusinessonline.hbsp.harvard.edu/b02/en/common/item_detail.jhtml?id=R0301F